
de Volkskrant
12 april 2014 zaterdag
Section: Halfberliner; Blz. 5
 DOOR RONALD VELDHUIZEN
Wat werd afgelopen maand beweerd? Een slechte economie is ook slecht voor de natuur. Wat zegt de wetenschap? Bezuinigingen helpen in elk geval niet. 
Wanneer het een kwestie is van dubbeltjes keren, lijkt geld voor heide maaien en vogels tellen behoorlijk verspild. De economische recessie is een van de redenen geweest dat de Nederlandse overheid in 2011 vrij gemakkelijk 600 miljoen euro wist te bezuinigen op natuurbeleid. Dat blijkt althans uit onderzoek van Wageningen Universiteit. 

Volgens socioloog Arjen Buijs en zijn collega's gaf de zwakke economie oud-staatssecretaris Henk Bleker de ruimte om met populistische taal natuurbescherming overbodig te laten klinken. 'Natuur is een linkse hobby die veel geld kost', is een credo dat onder Blekers bewind bekend werd, schrijven de onderzoekers. En zo verdween 70 procent van het natuurbudget. 

Kortom: als de economie lijdt, doet de natuur dat ook. Is dat zo? 

Misschien wel. Nederland is niet het enige land waar de overheidsuitgaven aan natuur flink gekort zijn. In Italië slonk de pot van 1,6 miljard euro in 2009 naar een schamele 500 miljoen in 2013. De Britse en Schotse regeringen hebben ook vanwege recessiepolitiek meer dan 30 procent op het natuurbudget bezuinigd. Aan de overkant van de Atlantische plas heeft Obama's regering in grofweg de helft van het beschermingsbudget gesnoeid. 

Dat het beheer van wildparken hieronder lijdt, is zeker. Mensen die dieren tellen, onderzoek uitvoeren, beschermde soorten daadwerkelijk beschermen of herintroducties van een bepaald soort landschappen en diersoorten afdwingen, kunnen niet meer worden betaald. Zo vrezen Schotse ecologen dat de herintroductie van de zeearend en de bever gaan mislukken. 

Niet alleen de Henk Blekers van deze wereld bezuinigen tijdens de recessie op natuurbescherming. Nadat de crisis in 2008 was begonnen, noteerde de World Giving Index een flinke afname in donaties aan natuurorganisaties. 

Toch kan een recessie ook goed zijn voor de natuur. Zodra mensen hun portemonnee zien leegraken, besparen ze op van alles en nog wat. Een van de belangrijkste kostenposten is de auto. Die blijft dan vaker op de oprit of parkeerplaats staan. De oliecrisis in 1973 is daar een bekend voorbeeld van: door de hoge brandstofprijs stonden de snelwegen leeg. Dat scheelde een boel uitlaatgassen. 

Nu staan de snelwegen niet leeg, maar wereldwijd is sinds de economische crisis in 2008 inderdaad de brandstofconsumptie gedaald met ongeveer 10 procent. Voor alleen al Europa scheelt dat bijna 300 miljoen liter ruwe olie per jaar. Niet verkeerd voor dieren en planten die daar last van hebben. 

Ook fijn voor de natuur is dat knieperige mensen tijdens een recessie minder spul kopen, zoals smartphones en meubels. Dat haalt de druk van de ketel op kwetsbare natuurgebieden waar grondstoffen voor deze producten vandaan worden gehaald. 

Precies dat gebeurde in Nederland, blijkt uit CBS-cijfers. In 2008 importeerde en exporteerde Nederland zo'n 700 miljard euro aan goederen, maar toen de crisis flink wat voeten in de aarde had, daalde dat tot onder de 600 miljard euro. Dat scheelt veel afval en grondstoffenvervuiling. Hoera voor de natuur. 

Misschien moeten we niet te vroeg juichen. De positieve uitwerking van de recessie op de natuur duurde namelijk helemaal niet lang. Nederland importeert en exporteert inmiddels alweer méér goederen dan voor de crisis. De natuur profiteerde maar heel kort van de recessie, stellen ook Finse onderzoekers in een nieuw rapport: na de aanvankelijke crisisklap in 2009, zit de consumptie van energie en allerlei goederen, ondanks de aanhoudende recessie, alweer bijna op het oude niveau en groeit die zelfs verder. 

Dus inderdaad: een economische recessie is netto waarschijnlijk niet best voor de natuur. Want de vervuiling zet - zij het met een kleine dip - gewoon door. En met Blekerachtige bezuinigingen zijn natuurorganisaties daar minder goed tegen opgewassen. 

 
lllustratie Leonie Bos
